De Baardagaam

Een baardagaam is een goed te houden reptiel, dit komt mede door zijn vriendelijke en rustigekarakter. Ze zijn intressant, dagactief en gemakkelijk tam  te maken. Omdat er veel kleurvariaties in zijn er en ook nog steeds bij komen maakt het houden nog leuker.

 

Latijnse benaming: Pogona Vitticeps                                              Oorsprong:  is afkomstig uit Australie

Max. Grootte: kan ongeveer 50 cm groot worden.                         Levensverwachting: max. 12 jaar

Biotoop: droge en half woestijnachtige gebieden.

 

Huisvesting:

Een groot woestijnterrarium van de afmetingen 150x50x50 is voor een trio ruim voldoende. In de terrarium kan je een paar boomstronken of stenen leggen waar ze op kunnen zonnen. De meest natuurlijke bodembedekking voor de baardagaam is zand, maar er kan echter ook beukenschilfers gebruikt worden. Een uv-lamp en een warmte lamp zijn nodig in het terrarium. De uv-lamp stimuleert de groei, eetgedrag en de voortplanting in het terrrarium. Baardagamen verlangen in de zomer naar 12 – 14 uur licht per dag, in de winter naar 9 – 10 uur. De luchtvochtigheid moet ongeveer 50% zijn.

 

Voeding:

 Een volwassen baardagaam eet hoofzakelijk groenten en fruit. Best kan je hem 2 tot  3 maal per week dierlijk voedsel aanbieden. Een jonge baardagaam kan je best alle dagen dierlijk voedsel geven. Zorg er ook voor dat ze ook altijd groenten ter beschikking hebben zodat ze het van jongs af leren eten,anders zou het kunnen dat ze op volwassen leeftijd ook groenten weigeren.

Het dierlijk voedsel bestaat uit: krekels, wasmotten,sprinkhanen,mariowormen,…de baardagaam heeft een voorkeur naar fel gekleurde groenten en fruit bv.: tomaat, andijvie, paardebloem (  stengel niet), chinese kool, peer, perzik,…  

 

Dag- en Nachttemperatuur:

 Overdag is een temperatuur van 30-35°c aan te raden in het warme gedeelte en 24°c in het koude gedeelte. Onder de warmtespot mag de temperatuur zelf oplopen tot  45°. ’s Nachts moet minimaal 18°c zijn.

 

 Geslachtsonderscheid: Bij jonge dieren is het lastig om het geslacht te bepalen. Vaak kan dit pas na een paar maanden en zelfs dan is het lastig. Je kan dit zien door de baardagaam op je hand te leggen, de staart omhoog te houden en dan te kijken naar het gedeelte op de staart, net na de cloaca.

Zie je hier 2 bulten, dan is het een man. Deze 2 bulten zijn namelijk de hemipenisen. Zie je in het midden 1 bult, dan is het een vrouw. Een man heeft daarnaast op zijn poten ook femoraalporiën. Pas hier mee op, een vrouw kan ze ook hebben maar ze zijn dan niet zo grof.  Deze zijn te zien als wat donker gekleurde puntjes aan de onderkant van de 'bovenpoot'.

Verder heeft een man een grotere baard en zijn ze vaak wat steviger gebouwd. Door deze laatste 2 kenmerken moet je echter niet laten leiden, ook vrouwen kunnen stevig gebouwd zijn.

 

 

Kweken:

Om te paren met de baardagaam moet je vooral zien dat het vrouwtje een goed gewicht heeft en zeker niet ziek is. Wij raden aan toch te wachten tot ze 1.5jaar oud zijnHet mannetje dat wilt paren zet zijn zwarte stekelbaard op en begint te kopknikken, soms slaat hij ook met zijn voorpoten. Hij draait zo rondjes rond de vrouw en maakt zich goed breed. Het vrouwtje zal door middel van zwaaien met haar voorpoten comminuceren, ze gaat plat liggen dus ze zakt in principe door haar voorpoten. Ze knikken zelfs licht met hun kop om te laten zien dat ze wilt paren.

Tijdens de paring grijpt het mannetje het vrouwtje in haar nekvel door te bijten en duwt ze plat zodat ze niet kan lopen. Het mannetje heft de staart van het vrouwtje omhoog om zo te kunnen paren.De paring duurt slechts enkel minuten. Ongeveer een maand na de paring zal het vrouwtje als de paring geslaagd is een dikkere buik krijgen. Als je goed naar de buik ziet kan je de eitjes soms zien zitten en ze zelf al voelen in haar buik. Tijdens de dracht is het aan te raden het vrouwtje goed te voederen en ze extra kalk en vitamine te geven

Vlak voordat het vrouwtje gaat leggen dan stopt ze met eten. Ze zal veel graafneigingen hebben en ze word onrustiger in het terrarium.

Het vrouwtje heeft een plaats nodig om haar eieren te kunnen leggen. Het best kan een bak met vochtig zand worden geplaatst in het terrarium, zo diep dat de baardagaam een kuiltje kan graven, voor haar eieren erin te kunnen leggen. Een Baardagaam kan wel ongeveer 12 tot 20 eieren leggen, soms ook meer. Haal ze er voorzichtig uit! Als het vrouwtje klaar is met het holdicht te maken, is het beste ze even weg te pakken en de eieren weg te halen. Zie wel dat je de eieren niet draait.

Zorg dat het vrouwtje het niet ziet dat haar eieren worden weggehaald om stres te voorkomen.

Als  de eieren weg gehaald zijn moet je het holletje terug dicht graven zodat het lijkt dat alles nog is zoals het was. Een vrouwtje weet na een paar maanden nog steeds waar ze de eieren gelegd heeft. Leg de eieren in een bakje met 100g vermiculiet en 60 ml water. Leg het bakje vervolgens in een broedmachine. Uitbroeden gebeurt het best tussen de 28 en de 31°c.

De eieren komen na ongeveer 50 tot 60 dagen uit. Als de kleintjes uit het ei komen dan laat je ze eerst bekomen en dan verwijder je ze uit de broedstoof, je zet ze in een terrarium. Het is belangrijk om regelmatig in het terrarium te sproeien met water. Op den duur zullen de kleintjes gaan jagen op prooien. Zorg ervoor dat ze voldoende ruimte hebben. Zet de kleintjes niet terug bij hun ouders die zouden de kleintjes kunnen pletten tot zelfs opeten.